Voeding

Kan de juiste voeding dementie op jonge leeftijd voorkomen?
Problemen rondom eten en drinken

Kan de juiste voeding dementie op jonge leeftijd voorkomen?
In de media verschijnen regelmatig berichten dat eetgewoonten en leefstijl invloed hebben op het risico op dementie. Dit zou de suggestie kunnen wekken dat iemand door een betere leefstijl de kans op de ziekte verkleint. Daarvoor bestaat echter nog zo weinig bewijs dat bijna niemand zich waagt aan een voedingsprogramma dat deze ziekte zou kunnen remmen of stoppen.
De leefstijlfactoren die het ontstaan van dementie op latere leeftijd kunnen beïnvloeden, waar tot op heden wel enig bewijs voor is, zijn tevens de risicofactoren voor het ontstaan van diabetes en hart- en vaatziekten. Vanuit het idee dat wat goed is voor het hart ook goed is voor het brein klinkt dat logisch. Bij jonge mensen met dementie spelen deze factoren echter meestal geen rol, omdat zij nog niet zijn begonnen aan het verouderingsproces.
Gerenommeerde onderzoekers twijfelen of een gezonde levensstijl van invloed is op het risico en op de progressie van dementie op jonge leeftijd. Daarnaast kan er bij jonge mensen met dementie sprake zijn van fouten in het erfelijk materiaal en ontwikkelen zij op basis daarvan de ziekte.
Samenvattend is het nog te vroeg om te zeggen dat dementie op jonge leeftijd voorkomen kan worden door voedingsgewoontes aan te passen en een gezonde leefstijl aan te houden. Een gezonde levensstijl kan wel van invloed zijn op het beloop van het proces.

Problemen rondom eten en drinken
Bij mensen met dementie kunnen in alle fasen van de ziekte problemen ontstaan rondom het eten en drinken. Ze eten/drinken te weinig of juist teveel, of stoppen met eten/drinken.

Te weinig eten
Te weinig eten kan verschillende oorzaken hebben:
 

Hierdoor krijgen mensen met dementie niet altijd genoeg voedingsstoffen binnen. Het is dan van belang om de oorzaak te achterhalen en te zorgen dat men toch voldoende voedingsstoffen inneemt, omdat ondervoeding al snel gevolgen kan hebben.
Als je partner met dementie honger en/of dorst niet goed meer kan geven, of de betekenis van hongergevoel en dorst  kwijt is, kan dat bijvoorbeeld tot uiting komen in gedrag. De één kan heel chagrijnig worden van onvoldoende binnen krijgen, de ander wordt onrustig zonder dat je door hebt waarom. Het geven van tussendoortjes die “uit het knuistje” gegeten mogen worden zoals een plak koek of een stuk fruit kan dan voor verlichting zorgen.
Meer ernstige tekorten aan voedingsstoffen kunnen leiden tot delier, obstipatie, verwardheid, verhoogd valrisico en een snellere cognitieve achteruitgang. Goede voeding maakt bovendien de huid gezonder en zorgt voor een kleinere kans op doorliggen. Kort samengevat is een goede voedingstoestand vooral gericht op een hogere kwaliteit van leven, en niet op verlengen van het leven.
Overleg bij gewichtsverlies daarom altijd met de behandelend arts.

Te veel eten
Te veel eten komt bij meerdere vormen van dementie voor. Bij mensen met een frontotemporale dementie kan een symptoom wat vaak voorkomt bij dit ziektebeeld, ontremming, zich uiten in ongeremd eten. Bij andere vormen van dementie zoals de ziekte van Alzheimer, waar de geheugentekorten meer op de voorgrond staan, is iemand vaak vergeten al gegeten te hebben. Te veel eten geeft risico’s zoals overgewicht of het ontstaan van of verergeren van diabetes. Een dieet wordt door degene met dementie vaak niet geaccepteerd. Enerzijds door de ontremming die zich niet laat regeren door regels of een dieet. Of door de geheugentekorten waardoor iemand zich voortdurend gehinderd voelt als hij aangesproken wordt op zijn dieet en zelf denkt dat hij nog niets gegeten heeft. Anderzijds mislukt een dieet vaak door een verandering van smaak die je geregeld bij mensen met dementie ziet. De voorkeur kan verschuiven naar zoet voedsel, en veel suikers betekent veel calorieën. Hoe daarmee om te gaan? Accepteer je het overgewicht of de ontregeling van de diabetes, omdat je partner veel plezier beleeft aan alles wat bij eten hoort? In de praktijk wordt vaak gekozen voor een middenweg door enerzijds zoveel als mogelijk te voorkomen dat iemand teveel eet, anderzijds je partner kan blijven genieten van het lekkere eten en het sociaal gebeuren wat eten ook is. 
 

Tip
Eten is belangrijk in een mensenleven en gaat veel verder dan het louter
opnemen van voedingsstoffen. Ook sociaal, psychologisch en cultureel
is eten van belang. De veelsoortige waarde van de maaltijd verandert niet bij
dementie, maar de manier waarop deze verloopt kan wel anders worden.
Het boek Als eten een zorg wordt... belicht het maaltijdgebeuren bij dementie
in al zijn facetten en wil vooral een handige tool zijn voor de praktijk, met een wetenschappelijke basis. ‘Wat is de invloed van de zorgverlener en de
omgeving op de persoon met dementie tijdens de maaltijd?’ ‘Wat is de beste
manier om voedsel aan te bieden?’‘Hoe gaan we om met slikstoornissen?’.
Dit zijn enkele van de kwesties die in het boek aan de orde komen.



Stoppen met eten
Bovenstaande teksten kunnen de indruk wekken dat we mensen met dementie altijd moeten stimuleren om te eten en drinken. Dat is niet zo. Er kan een fase aanbreken waarbij je partner  steeds minder voeding en vocht binnen krijgt, en zichtbaar verzwakt. Dat kan bij jou heftige emoties oproepen, en dat is zeer invoelbaar. Aanvaarden van het levenseinde is moeilijk en daarmee ook het stoppen van aanbieden van voedsel en vocht. Het is dan ook begrijpelijk dat je in deze fase aandringt op blijven eten en drinken. Dat kan bijvoorbeeld vanuit het gevoel zijn dat je je partner dood laat gaan omdat die niet meer eet. Daarnaast is in onze cultuur het geven van eten en drinken een teken van liefde. Maar eigenlijk is het in deze fase belangrijk, hoe pijnlijk dit ook is, je te realiseren dat je partner niet meer eet en drinkt omdat hij of zij doodgaat. Het lichaam vraagt in dit stadium niet meer om vocht en voeding. Uiteindelijk zakken mensen langzaam weg in een coma en overlijden. Dit proces is niet uniek voor mensen met dementie, en wordt in de huidige tijd gezien als onderdeel van een normaal stervensproces.
Het is goed om met de behandelend arts in gesprek te gaan en te blijven als je partner steeds minder vocht en voeding inneemt. Goed geïnformeerd zijn over de situatie is van belang als er een moment komt waarop je samen met de arts tot een beleid moet komen als je partner niet meer kan of wil eten en drinken.

Mijn partner