NIET PLUIS

Kan het dementie zijn?

Ondanks de toenemende aandacht en publiciteit voor dementie op jonge leeftijd wordt de diagnose nog te vaak pas jaren na de eerste verschijnselen gesteld. Er kan dan al veel leed veroorzaakt zijn door onbegrepen problemen ten gevolge van gedragsveranderingen, door gezinsconflicten en werkgerelateerde moeilijkheden.

Enerzijds wordt de diagnose vaak gemist, omdat dementie op jonge leeftijd relatief zeldzaam is. Om die reden denkt men vaak niet aan dementie bij iemand van 45 jaar. Anderzijds heeft de late diagnose te maken met met het feit dat de ziekte zich bij jongeren vaak anders openbaart dan bij ouderen. Zijn bij ouderen de problemen met het geheugen voor recente feiten en gebeurtenissen bijna altijd één van de eerste en meest kenmerkende symptomen, bij dementie op jonge leeftijd staan vaak veranderingen in gedrag en ook in stemming meer op de voorgrond. Door het sluipende, a-specifieke begin in combinatie met minder goed functioneren op het werk, in het huishouden en op sociaal gebied wordt aanvankelijk vaak gedacht aan overspannenheid, depressie of relatieproblemen. Symptomen die minder kenmerkend zijn voor deze diagnose, maar wel kunnen passen bij een beginnende dementie, raken daardoor ondergesneeuwd.

Het niet pluisgevoel

Soms constateren mensen uit de omgeving dat er iets aan de hand moet zijn. Achteraf, als de juiste diagnose gesteld is, zijn de niet pluisgevoelens en de waargenomen signalen vaak wel te plaatsen.

Bij welke signalen kun je denken aan dementie op jonge leeftijd?

  • Stemming kan al bij een ogenschijnlijk onbetekenende gebeurtenis omslaan
  • Interesse in het gezinsleven en de naaste omgeving neemt af. De persoon komt toenemend onverschillig en ongeïnteresseerd over
  • Het overzicht in drukke situaties zoals op het werk (bij complexe situaties) of in het huishouden wordt snel verloren
  • Gedragsveranderingen zoals:
    • Ontremd gedrag; dit kan zich uiten in gedrag dat niet gepast is voor de situatie, dingen kopen die men niet nodig heeft of meer uitgeven dan financieel mogelijk is
    • Initiatiefverlies; er komt weinig tot niets meer uit de handen, of waar men wel aan begint wordt niet succesvol afgerond
  • Vermindering van de woordenschat en toenemende problemen met het vinden van de juiste woorden
  • Moeite met het opnemen en verwerken van nieuwe informatie
  • Stoornissen in het gebruik van apparatuur die voorheen moeiteloos bediend werd
  • Opmerkelijke veranderingen in persoonlijkheid en sociale vaardigheden, bijvoorbeeld minder beleefd zijn, kwetsende opmerkingen naar anderen maken of juist jovialer in het contact met vreemden
  • Een niet-pluis gevoel bij de directe omgeving
  • De persoon zelf vindt dat er eigenlijk weinig aan de hand is
  • De veranderingen hebben invloed op het functioneren in de breedste zin van het woord
  • Behandeling van klachten heeft geen merkbaar effect

Wat kun je doen?

Voorzichtig bespreekbaar maken; het kan gevoelig liggen. Adviseer de huisarts in de arm te nemen.


 

Mijn familie, vriend, buur