Diagnostiek

Het belang van tijdige herkenning van dementie is groot. Late diagnose van dementie leidt vaak tot allerlei crisissituaties. De ervaring van de Universitaire Alzheimer Centra in Nederland, die jaarlijks ruim 1.000 mensen voor diagnostiek zien, is dat de meeste patiënten en hun naasten er veel baat bij hebben, wanneer zij tijdig weten dat er sprake is van dementie.

Ook Alzheimer Nederland geeft 10 redenen waarom het verstandig is tijdig een diagnose te laten stellen.

1. Erkenning
Diagnosestelling draagt bij aan erkenning en taboedoorbreking van de ziekte. Dementie is een progressief ziektebeeld en geen gewone vergeetachtigheid. Van de 235.000 mensen met dementie is bij de helft nog geen diagnose gesteld.

2. Uitsluiten ander ziektebeeld
Door het stellen van een tijdige en accurate diagnose wordt in elk geval uitgesloten dat er onderliggend een ander ziektebeeld is dat kan worden behandeld.

3. Behandeling
Soms kunnen er medicijnen worden voorgeschreven die het ziekteproces tijdelijk vertragen. Een deel van de mensen met dementie merkt positieve effecten, met name op het concentratievermogen en de spraak. Daarnaast speelt schade aan bloedvaten bij verschillende vormen van dementie een rol. Onderliggende oorzaken, zoals hoge bloeddruk, kunnen soms behandeld worden waardoor verdere achteruitgang kan worden vertraagd.

4. Begeleiding
Soms is het mogelijk met een specifieke vorm van begeleiding of training, bijvoorbeeld ergotherapie, bepaalde functies nog lange tijd op peil te houden.

5. Diagnose = opluchting
Het vaststellen van de diagnose (hoe schokkend ook) geeft bijna in alle gevallen een zekere opluchting. Uitblijven van de diagnose leidt tot spanning in de relatie, op het werk of in de familie of tot uitsluiting van de persoon met dementie. Voor veel vragen en problemen is opeens een logische verklaring.

6. Casemanagement helpt
Casemanagement draagt bij aan tijdige signalering van problemen in de thuissituatie en individueel toegespitste hulpvoorziening. Het vroeg stellen van de diagnose biedt de mogelijkheid tot een actief beleid, gericht op het voorkomen van overbelasting van de partner (mantelzorger), kinderen of andere verwanten en kan onnodige en te vroege opname voorkomen. Ook wordt door tijdige voorlichting en ondersteuning de kans op het ontstaan van een crisis verminderd. In een crisissituatie moet handelend worden opgetreden waarbij door de ernst van de situatie minder rekening kan worden gehouden met de specifieke belangen en voorkeuren van de persoon met dementie en zijn omgeving.

7. Zelf beslissen
Een persoon met dementie bij wie de diagnose tijdig is gesteld, kan nog zelf beslissingen nemen als het gaat om zorg, wonen en welzijn. Maar ook op gebieden als het testament, een euthanasieverklaring, zaakwaarneming en mentorschap. Een vroege diagnose geeft u ook meer tijd om de hulp in te schakelen die u wenst, wanneer u die nodig heeft.

8. Praten over ziekte
Mensen met dementie kunnende behoefte hebben om in het beginstadium van de ziekte met lotgenoten te praten over hun situatie. Er zijn contactgroepen voor jonge mensen met dementie, partners en kinderen gevormd waar deze gesprekken onder leiding van een deskundige worden gevoerd. Belangrijk voor het emotioneel verwerken van het ziektebeeld. De ervaring leert ook dat deelnemers aan contactgroepen veel baat hebben bij het uitwisselen van tips en ervaringen.

9. Voorbereiden op wat komen gaat
Bij een tijdige diagnose kunnen de persoon met dementie en zijn familie zich beter voorbereiden op het proces dat gaat komen en waarin zij betrokken worden. De dementiesyndromen verschillen wat betreft klinische kenmerken, beloop, behandeling en benadering. Informatie hierover geeft meer duidelijkheid over wat u te wachten staat. Een vroege diagnose geeft u meer tijd om de hulp in te schakelen die u wenst, wanneer u die nodig heeft.

10.Omgaan met ziekte
Hoe eerder men op de hoogte is van de diagnose, hoe beter de familie, collega’s en vrienden kunnen leren met de ziekte en het gedrag van de persoon met dementie om te gaan. U bent dan beter voorbereid op eventuele (gedrags-)veranderingen in plaats van dat u er door overvallen wordt. Dit is voor zowel degene met dementie als de omgeving van groot belang.

Hoe en door wie wordt de diagnose gesteld?
Het vaststellen van dementie is niet eenvoudig. Een huisarts denkt bij jonge mensen vaak niet aan dementie, geef dus zeer duidelijk de problemen en vermoedens aan. Indien de huisarts, na een kleinschalig onderzoek, uw vermoedens bevestigt, zal hij of zij iemand die jonger is dan 65 jaar meestal doorverwijzen naar een specialist. Deze specialist zal via een uitgebreid onderzoek het zenuwstelsel, geheugen, de taalvaardigheid, het ruimtelijk inzicht, handelen, redeneren en de motoriek beoordelen. Eventueel wordt er aanvullend onderzoek gedaan, bijvoorbeeld met een MRI-scan of een ruggenprik. Op grond van deze gegevens kan al dan niet de diagnose dementie gesteld worden. Indien er sprake is van dementie wordt tevens de soort dementie vastgesteld. 

De diagnostiek wordt afgesloten met een uitslaggesprek. De diagnose dementie is de schakel naar de benodigde behandeling, begeleiding en steun.

Mijn cliënt